Tussen Leiden en Utrecht en tussen Gouda en Alphen aan den Rijn gaan
vanaf 2020 extra treinen rijden. Ook komen op zes trajecten hoogwaardig
openbaar vervoer (HOV) bussen te rijden. Het netwerk vormt een
alternatief voor het, politiek en financieel onhaalbaar gebleken,
lightrailproject RijnGouwelijn.
Investering gerechtvaardigd
Dat heeft de provincie Zuid-Holland afgesproken met de minister van
Infrastructuur en Milieu over investeringen in (HOV) in het noordelijk
deel van de provincie. Onderzoek heeft aangetoond dat de verhouding
kosten-baten de investeringen rechtvaardigt.
Sprinter en intercity tussen Leiden en Utrecht
Op de lijn Leiden-Utrecht komt vanaf 2020 naast de intercity elk half
uur een sprinter te rijden, gedurende de hele dag, zodat de frequentie
van twee naar vier treinen gaat.
Gedeputeerde Ingrid de Bondt: “Een halfuursdienst tussen Leiden en Utrecht is niet meer van deze tijd. Ik ben blij dat we eraan werken om de verbinding te verbeteren en de woonkernen langs het spoor beter te ontsluiten. Op deze manier grijpen ruimtelijke ontwikkeling en het mobiliteitsbeleid goed op elkaar in. Goed nieuws is ook dat we tussen Gouda en Alphen meteen vier keer per uur in de spits kunnen gaan rijden. Er is voldoende vraag van reizigers om een verantwoorde exploitatie mogelijk te maken.”
Twee nieuwe stations
De sprinter zal twee nieuwe stations bedienen: Hazerswoude-Koudekerk en
Zoeterwoude Meerburg. Het onderzoek wijst uit dat er voldoende vraag
van reizigers is. De komst van beide stations was in mei 2012 nog
onzeker.
Gouda-Alphen aan de Rijn al vanaf 2016 meer treinen
Op de lijn Gouda-Alphen aan den Rijn gaan vanaf 2016 light trains
rijden. Dat zijn lichte en luxueuze voertuigen die snel kunnen optrekken
en remmen, waardoor ze een hoge gemiddelde snelheid halen. De
treinstellen hebben een comfortabele lage instap. Op werkdagen tussen
6.00 en 10.00 uur en tussen 15.00 en 19.00 uur rijden deze treinen vier
keer per uur. Buiten de brede spits twee keer per uur. Het onderzoek
naar de kosten en baten heeft uitgewezen dat er voldoende vraag van
reizigers is om in de spits vier keer per uur te rijden; dat was in een
eerdere fase onzeker. Nieuw op het traject zijn de stations Waddinxveen
Zuid en Boskoop Snijdelwijk.
Hoogwaardig Openbaar Vervoer bussen
HOV-bussen rijden buiten de binnensteden met een hoge gemiddelde
snelheid, onder meer doordat zij (deels) gebruik maken van busbanen. Ze
rijden op werkdagen overdag minimaal een tienminutendienst, wat overeen
komt met een frequentie van zes keer per uur per richting.
’s Avonds en in het weekeinde is een lagere frequentie mogelijk. De bussen en haltes van het HOV-NET Zuid-Holland Noord krijgen een hoogwaardig kwaliteitsniveau en bieden actuele reisinformatie. Het is de bedoeling dat aansluitingen en voorzieningen uitstekend aansluiten en reizigers comfortabel kunnen overstappen op ander openbaar vervoer, fiets of auto. De introductie van stille en energievriendelijke bussen draagt bij aan een beter leefklimaat in woongebieden.
Kwaliteitsformule Randstad-net
Het HOV-NET Zuid-Holland Noord gaat op termijn invulling geven aan
R-net, de kwaliteitsformule voor openbaar vervoer in de Randstad. Per
eind 2012 verzorgt Arriva al het streekvervoer in de Provincie
Zuid-Holland. Vanaf dat moment wordt de kwaliteit van het regionaal
busvervoer stapsgewijs op R-net-niveau gebracht. In de eerste fase met
Qliners, maar zodra de infrastructuur, haltes en voorzieningen voor
ketenmobilteit aan de kwaliteitsvereisten voldoen, met bussen in de
R-net-huisstijl.
Gemeenten betalen mee
De komende maanden gaat de provincie in overleg met de betrokken
gemeenten om afspraken te maken over de ruimtelijke ontwikkelingen in de
buurt van de HOV-knooppunten. Daarnaast moeten er nog definitieve
afspraken over overwegveiligheid worden gemaakt.
De gemeenten en regio betalen ruim € 80 miljoen mee aan de realisering van het HOV-NET Zuid-Holland Noord en het ministerie van Infrastructuur en Milieu € 195 miljoen. De provincie Zuid-Holland draagt het restant bij; het exacte totaalbedrag is nu geraamd op € 445 miljoen en wordt precies bekend zodra er definitieve afspraken over de overwegveiligheid zijn gemaakt.

