Om te voorkomen dat de gemeente Bodegraven-Reeuwijk onder preventief toezicht van de provincie komt te staan, moest er voor 1 januari 2014 een besluit worden genomen door de gemeenteraad over het woningbouwprogramma tot 2020.
Er was vooraf geen tijd om het woningbouwprogramma in de commissie
Ruimte te bepreken en daardoor was er ook geen gelegenheid om de
argumenten van gedupeerde projectontwikkelaars en andere betrokkenen mee
te wegen in de voorbereiding op de besluitvorming.
Onder druk van de dreiging van de provincie dat de gemeente onder
preventief toezicht komt te staan als de gemeenteraad nu geen besluit
neemt over het woningbouwprogramma, is na een lange schorsing besloten
om te stoppen met de beraadslagingen en om voor het voorstel te stemmen.
In het voorstel staat beschreven met welke woningbouwprojecten de
gemeente wil doorgaan, welke worden uitgesteld en met welke wordt
gestopt.
In de begroting is rekening gehouden met de tegenvallende opbrengst in
het woningbouwprogramma (correctie bovenlangs). Binnen de algemene
reserve voor bouwgrondexploitatie wordt een reserve opgebouwd, die
oploopt tot 19 miljoen euro in 2020.
De provincie wil zekerheid over welke verliezen zijn afgedekt met die 19
miljoen. Toen op 12 december de gemeenteraad besloot om het
collegevoorstel over het woningbouwprogramma unaniem over te nemen, zat
Gedeputeerde Govert Veldhuijzen (CDA) van de provincie Zuid-Holland op
de publieke tribune. Het provinciaal beleid is er op gericht om rondom
grote steden te bouwen. De gemeenteraad is bang dat dit beleid ten koste
gaat van de leefbaarheid van de kleine kernen.
Het woningbouwprogramma komt terug op de agenda van de commissie Ruimte.
De gemeenteraad wil meer informatie inwinnen door middel van ronde
tafel gesprekken met betrokkenen. Het doel is om de consequenties van
het genomen beslui beter te kunnen overzien en om het op 12 december
2013 genomen besluit eventueel te herzien.

