De harmonisatieplannen van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk houdt de gemoederen in volle hevigheid bezig. Dit keer klom Leo Hopman, bestuurder Stichting Sportpark Groene Zoom Reeuwijk, in de pen om zijn visie weer te geven op de ontstane situatie nu ook de Bodegraafse buitensportverenigingen zich inmiddels hebben gemeld in de discussie: “Er is al veel gezegd en geschreven over het harmoniseren van het beheer en onderhoud
van de buitensportaccommodaties in Bodegraven-Reeuwijk. Op zich is
het logisch om het beheer voor alle buitensportorganisaties op eenzelfde
manier te willen regelen. Omdat de verschillen van oudsher erg groot
zijn vergt dat een zorgvuldige voorbereiding met een slim plan en een
goede afstemming.
De berichten in de lokale media laten overduidelijk zien dat de gemeente
dit proces totaal uit de hand heeft laten lopen. Nadat eerst de
Reeuwijkse sportorganisaties van zich lieten horen, roeren nu ook de
Bodegraafse sporters zich. Dit college heeft met haar
harmonisatieplannen inmiddels alle buitensportorganisaties tegen zich in
het harnas gejaagd.
Waar gaat het eigenlijk om? De gemeente heeft als overheid de kerntaak om sport voor een grote groep inwoners bereikbaar te maken en te houden. Om daar invulling aan te geven heeft de gemeente in het verleden sportparken aangelegd, waarvan zijn eigenaar is en zij stelt deze sportparken aan verenigingen beschikbaar. In Reeuwijk zijn ook de kleedgebouwen eigendom van de gemeente. Sportorganisaties zorgen voor het onderhoud en beheer van de sportparken en daar betaalt de gemeente hen in Reeuwijk een onderhoudsvergoeding voor. In Bodegraven zijn de kleedgebouwen van de verenigingen en de sportorganisaties zorgen op eigen kosten voor het beheer en onderhoud van de sportparken. De gemeente wil dat nu gelijktrekken door de gemeentelijke kleedgebouwen over te dragen aan de Reeuwijkse verenigingen en door hun onderhoudsvergoeding helemaal stop te zetten. De situatie wordt dan in Reeuwijk gelijk aan die in Bodegraven. Bijkomend voordeel is dat de gemeente op deze manier ook nog eens tonnen per jaar bespaart aan sport.
Waarom zijn de sportorganisaties nu zo boos? In Reeuwijk worden de
sportorganisaties opgezadeld met hoge extra kosten voor beheer en
onderhoud. Het gaat zomaar om een bedrag van grofweg 3 ton per jaar.
Voor sommige verenigingen betekent dit een lastenverzwaring die net zo
hoog is als hun verenigingsbegroting. Dat kunnen zij niet opbrengen en
zij worden hiermee direct bedreigd in hun voortbestaan. In Bodegraven
voelen verenigingen zich achtergesteld omdat zij alle kosten zelf moeten
dragen, zij alle eindjes aan elkaar moeten knopen om het hoogst
noodzakelijke onderhoud te kunnen uitvoeren en er in hun beleving in
Reeuwijk cadeautjes worden uitgedeeld. Wat alle sportorganisaties met
elkaar gemeen hebben is dat ze door dit college stelselmatig worden
genegeerd. Met hun oproepen en noodkreten wordt niets, maar dan ook
werkelijk helemaal niets gedaan.
De oppositiepartijen in de Raad lijkt eenzelfde lot te zijn beschoren.
Aan hun oproep tot een brede en zorgvuldige dialoog in de Raad en een
beter afstemmingsproces met de sportorganisaties, wordt door het college
geen gehoorgegeven, ondanks eerdere toezeggingen om dit wel te doen.
Wat het college wil bereiken is de wereld op z’n kop. De gemeente
vindt het logisch en redelijk dat niet zijzelf als eigenaar, maar de
sportorganisaties op eigen kosten haar gemeentelijke eigendommen
onderhouden. Sinds wanneer is het normaal dat een ander op zijn kosten
jouw eigendommen in stand houdt ? En waarom zou het normaal zijn, dat
sportverenigingen een groot deel van hun contributies moeten besteden
aan onderhoudsverplichtingen ? Laat verenigingen doen waarvoor ze zijn
opgericht, het organiseren van trainingen, wedstrijden en andere
sportactiviteiten. En zorg ervoor dat contributies niet hoger zijn dan
strikt noodzakelijk is, zodat sport bereikbaar is en blijft voor alle
groepen in onze samenleving. Vooral voor jongeren is het enorm
belangrijk dat sport toegankelijk is en blijft.
En laat de gemeente doen, waarvoor zij aan de lat staat: het zorgdragen
voor die voorzieningen die nodig zijn voor een goed en gezond
leefklimaat in haar gemeente. Sport en sportvoorzieningen maken daar
onlosmakelijk deel vanuit. Te vaak duikt de gemeente weg voor haar
verantwoordelijkheden en laat zij de gemeenschap daar voor opdraaien.
Helaas zijn er meer voorbeelden van maatschappelijke voorzieningen die
onder dit verschijnsel gebukt gaan en die hierdoor verloren (dreigen te)
gaan.
Het is goed dat nu ook de Bodegraafse verenigingen zich mengen in de
discussie. Zij zijn jaren terug door het voormalige Bodegraven gedwongen
om het gemeentelijke sportparkbeheer op eigen kosten uit te voeren.
Verwacht mag worden dat ook de Bodegraafse verenigingen zich gaan
afvragen of dat nu wel zo’n vanzelfsprekende situatie is en of het niet
veel normaler is dat de gemeente zelf het beheer van haar eigendommen
bekostigt. Uiteraard kunnen en willen sportorganisaties ervoor zorgen
dat waar mogelijk door inzet van vrijwilligers de kosten beheersbaar
blijven.
De achterliggende weken heeft sportorganisaties dichter bij elkaar
gebracht. De komende periode zal gekeken worden of er een gemeente breed
front vanuit de sportorganisaties tot stand kan komen. Ware
harmonisatie raakt namelijk alle buitensportorganisaties en daarmee is
het logisch dat zij ook allemaal bij de voorbereiding en uitwerking
worden betrokken. Dat is tot nu toe niet het geval geweest. Volgens het
college “speelt harmoniseren niet in Bodegraven en is er geen discussie
in Bodegraven”. Tja, dat dit niet de werkelijke situatie weergeeft, mag
ondertussen gerust een understatement worden genoemd.
Het college schroomt er niet voor om de financiële cijfers die zij
gebruikt zodanig te manipuleren, dat er een zware onderschatting
ontstaat van de werkelijke gevolgen voor verenigingen. Ook lapt het
college allerlei regels aan de laars. Zo wordt voorbij gegaan aan
bestaande contracten en afspraken, worden eenzijdig en onrechtmatig
kortingen doorgevoerd, worden voorstellen gedaan die strijdig zijn met
fiscale regels en worden regels voor het fatsoenlijk en democratisch met
elkaar omgaan met voeten getreden. Door deze handelswijze is het
college erin geslaagd om het decennia lang zorgvuldig opgebouwde
onderlinge vertrouwen tussen gemeente en sportorganisaties in grofweg
een half jaar tijd volledig te verwoesten.
De coalitiepartijen in de raad roemen het college om hun daadkrachtige
optreden. Daadkrachtig is het zeker. Effect heeft het ook zeker.
Doordacht, constructief en toekomstbestendig is het zeer zeker niet !
De wethouder Sportzaken staat van tijd tot tijd minzaam lachend in de krant en vertelt dan “we blijven in gesprek, dat is de beste manier om iets te bereiken”. In werkelijkheid vinden er echter helemaal geen gesprekken plaats. Dit college legt sportorganisaties via raadsvoorstellen als een dictaat haar wil op. En als de verhoudingen daardoor op scherp komen te staan, dan worden verenigingsbestuurders op kosten van de gemeenschap gefêteerd op een gezellig diner met het voltallige college om wat ongedwongen te keuvelen over de beschadigde verhoudingen. Alsof sportbestuurders zich met een chique hap en een gezellig onderonsje zouden laten lijmen !
De coalitie van BB-R, CDA, SGP en CU in de gemeenteraad duldt geen
enkele tegenspraak en toont zich verontwaardigd dat de in hun ogen
verwende Reeuwijkse sportorganisaties zich fel verweren tegen deze
desastreuze plannen. Ze negeren elke inbreng, nemen een karakteristieke
struisvogel houding aan en houden de politieke linies gesloten. Wat hen
betreft worden de sportorganisaties op hun knieën gedwongen en wordt hen
een lesje geleerd zodat zij gaan luisteren naar wat de Raad wil. Als
sportbestuurders hun hoofd boven het maaiveld uitsteken en stevig van
zich laten horen, wordt niet nagelaten hen neerbuigend te behandelen.
Voor het waarom van hun felle reactie bestaat geen interesse.
Vooral de rol van het CDA in dit proces is onbegrijpelijk. Het lijkt wel
of de CDA-raadsleden geen idee hebben dat het juist voormalige
CDA-wethouders zijn geweest die een grote bijdrage hebben geleverd aan
de huidige kwalitatief goede sportaccommodaties in Reeuwijk en die ook
hebben gezorgd voor de beheerafspraken zoals die op dit moment in
Reeuwijk gelden. De steun van de CDA-fractie aan deze onzalige
harmonisatieplannen betekent dat zij zich afkeren van de nalatenschap
van hun voorgangers. Dat is op z’n minst iets om bij stil te staan.
Eind januari staat behandeling van de huidige harmonisatievoorstellen
in de Raad gepland. Van de coalitiepartijen in de Raad hoeft absoluut
niets te worden verwacht. Deze coalitie heeft echt een enorme hekel aan
sport, anders valt dit optreden niet te verklaren. Gelukkig trekt de
oppositie zich het lot van de sportorganisaties wel aan en zij zoekt
regelmatig contact met hen om zich goed te laten informeren over wat er
speelt en wat dit alles voor effect heeft. De kans bestaat echter dat er
niets in het politieke landschap verandert en dan worden deze
rampzalige voorstellen simpelweg door de wegduikende meerderheid
aangenomen.
Aannemen in de Raad van deze onzalige harmonisatievoorstellen betekent
echter alleen maar dat het college een onmogelijke opdracht meekrijgt om
met de sportorganisaties tot overeenstemming te komen. De Raad is
daarin namelijk geen contractpartij, dat is het college en er kunnen
geen nieuwe beheercontracten worden gesloten zonder instemming van de
sportorganisaties. Het zal duidelijk zijn dat die instemming er niet
gaat komen. Buitensporters zijn frontaal in botsing gekomen met dit
college. Het vertrouwen is volledig verwoest. Daarnaast mag niet van
sportbestuurders worden verwacht dat ze instemmen met voorstellen die
hun verenigingen naar de bliksem helpen.
Het getuigt van een ongekende politieke arrogantie om te denken dat een substantieel deel van de electorale achterban zich ongestraft op deze brute wijze aan de kant laat zetten en deze coalitie zijn gang laat gaan met het stelselmatig verkwanselen van het voorzieningenniveau in onze mooie gemeente!”
• Van: Leo Hopman, bestuurder Stichting Sportpark Groene Zoom Reeuwijk

